Een goed natuurlijk glijmiddel vinden is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Er wordt van alles aanbevolen — van kokosolie tot spuug — maar niet alles wat natuurlijk klinkt is ook vriendelijk voor je vagina. In dit artikel ga ik in op de meest gebruikte opties, wat ze doen met je slijmvliezen en vaginale-microbioom, en wat er wél in de buurt komt van het vocht dat je lichaam zelf aanmaakt.
Het ideale glijmiddel lijkt zoveel mogelijk op het vocht dat de vagina en mond zelf produceren: waterig, licht slijmerig, een zuurgraad die lijkt op die van je vagina en zo min mogelijk verstorend voor je slijmvliezen.
Voordat we de verschillende opties langslopen, is het goed om te weten waarom dat eigenlijk zo complex is. De vagina heeft een zuurgraad (pH) van ongeveer 3,5 tot 4,5 (behoorlijk zuur dus) en wordt gedomineerd door Lactobacillus-bacteriën die het milieu gezond houden. Alles wat je inwendig gebruikt, kan dit delicate evenwicht beïnvloeden: de pH veranderen, het microbioom verstoren of een laag achterlaten op je slijmvliezen. Dat geldt voor commerciële producten, maar zeker ook voor ‘natuurlijke’ alternatieven die niet voor dit doeleind ontworpen zijn.
Waarom olie als glijmiddel meestal geen goed idee is?
Oliën als glijmiddel: verleidelijk, maar niet zonder gevolgen
Kokosolie, olijfolie en amandelolie zijn de natuurlijke oliën die als glijmiddel het vaakst genoemd worden. Begrijpelijk: ze zijn toegankelijk, voelen aangenaam aan en ze komen uit de natuur. In de yoni yoga wereld merk ik dat kokosolie nog steeds vaak geadviseerd wordt, ik heb dat zelf ook een tijd zo meegekregen bij workshops. Maar inmiddels kijk ik daar anders tegenaan.
Al deze olieën kunnen heel geschikt zijn voor op de gewone huid. Het probleem zit in wat het doet met je slijmvliezen, je microbioom en de pH van je vagina. Slijmvliezen zijn fundamenteel anders dan de buitenhuid: ze zijn dunner, kwetsbaarder en veel doorlaatbaarder. Olie lost niet op in water, hecht zich aan het slijmvliesweefsel en is daardoor moeilijk te verwijderen. Dat kan leiden tot een vettige laag die bacteriën vasthoudt en de zelfreinigende werking van de vagina belemmert. Bovendien heeft de vagina een zuurgraad van 3,5 tot 4,5 (behoorlijk zuur) die wordt bewaakt door Lactobacillus-bacteriën. De meeste oliën hebben een pH die daar ver vanaf zit en kunnen dit evenwicht verstoren, met bacteriële vaginose of een schimmelinfectie als mogelijk gevolg. En: alle oliën tasten latex condooms aan.
Daarbinnen zijn er wel gradaties. Kokosolie heeft bovendien antibacteriële eigenschappen — iets wat klinkt als een voordeel, maar inwendig ook de goede bacteriën kan aantasten die je juist wil behouden. Olijfolie (koudgeperst, extra vierge) en amandelolie zijn wat neutraler van karakter en worden iets minder als problematisch beschouwd, maar delen dezelfde basisbezwaren. Voor extern gebruik op de vulva (als verzorging of bij een massage) zijn oliën een stuk minder bezwaarlijk dan inwendig.
En jojoba dan? Dat is eigenlijk geen olie
Jojoba verdient een aparte vermelding, omdat het technisch gezien geen olie is maar een vloeibare was, gewonnen uit de zaden van de jojobaplant. Het gedraagt zich anders dan plantaardige oliën: het wordt niet ranzig, trekt goed in de huid en laat minder vettig residu achter. In de cosmetica wordt jojoba veel gebruikt vanwege zijn huidvriendelijke eigenschappen, en voor de meeste mensen verstoort het het microbioom niet significant. Toch blijven de bezwaren voor inwendig gebruik grotendeels overeind: ook jojoba vormt een coating op de slijmvliezen en is niet op waterbasis. Voor de vulva extern is het een prima keuze; als inwendig glijmiddel zijn er betere alternatieven.
Spuug als natuurlijk glijmiddel: verleidelijk, maar niet onschuldig
Ik ben zelf een fan van spuug: speeksel is lichaamseigen, beschikbaar en voelt intuïtief aan als iets vanzelfsprekends. En qua structuur zit het inderdaad ergens in de buurt van vaginaal vocht; waterig, licht slijmerig. Maar de samenstelling is een ander verhaal.
De mond herbergt meer dan 700 bacteriesoorten, waaronder soorten die in de vagina simpelweg niet thuishoren. Wanneer die bacteriën in contact komen met het vaginale milieu, kunnen ze het microbioom verstoren en het risico op bacteriële vaginose of een schimmelinfectie verhogen. Onderzoek laat bovendien zien dat de bacterie Fusobacterium nucleatum, die van nature in de mond voorkomt, via oraal contact naar de vagina kan migreren en daar vaginale dysbiose kan veroorzaken.
Daar komt bij dat speeksel spijsverteringsenzymen bevat die bedoeld zijn om voedsel af te breken — enzymen die ook slijmvliesweefsel kunnen aantasten. En speeksel droogt snel op, wat wrijving en kleine scheurtjes kan veroorzaken. Die scheurtjes zijn dan weer een ingang voor bacteriën en virussen, waaronder herpes, chlamydia, gonorroe en HPV. Speeksel als glijmiddel is dus niet zo onschuldig als het lijkt, zeker niet bij wisseling van partners.
Lijnzaadwater: het meest natuurlijke glijmiddel dat er is
Dan de optie die mij het meest fascineert: water van geweekte of zachtgekookte lijnzaden. Lijnzaad geeft bij verhitting of langdurig weken een slijmerige, geleachtige vloeistof af die verrassend veel lijkt op de consistentie van vaginaal vocht — waterig, glad en licht taai. Het is op waterbasis, bevat geen oliën en laat geen vettige coating achter op de slijmvliezen.
Je maakt het zo: doe twee eetlepels hele (niet gemalen) lijnzaad in een pannetje met 250ml water en laat dit langzaam opkoken terwijl je roert, tot het slijmerig wordt. Zeef vervolgens de zaden eruit door een schone panty of fijne zeef (goed uitknijpen) en laat het afkoelen. Het vocht dat overblijft kun je een paar dagen in de koelkast bewaren. Het is puur water met de slijmstoffen van het lijnzaad. Niet toevallig zit lijnzaadextract inmiddels ook in een aantal commerciële glijmiddelen van hoge kwaliteit.
Een kanttekening: omdat er geen conserveringsmiddelen in zitten, bederft het snel. Maak het dus in kleine hoeveelheden en gebruik het binnen twee à drie dagen. En hoewel het qua structuur dicht bij het echte vocht komt, is er nog weinig klinisch onderzoek gedaan naar de veiligheid als inwendig glijmiddel. Gebruik het met die wetenschap.

Aloë vera: slijmerig op een goede manier
Puur aloë vera gel (direct uit de plant of van hoge kwaliteit zonder toevoegingen) is een ander natuurlijk glijmiddel dat dicht bij de structuur van vaginaal vocht komt. Het is op waterbasis, kalmerend voor geïrriteerde slijmvliezen en wordt ook gebruikt in een aantal van de betere commerciële glijmiddelen. Let wel op dat veel commerciële aloë vera producten alcohol, parfum of andere toevoegingen bevatten die irriterend kunnen zijn.
Commercieel natuurlijk glijmiddel: waar je op kunt letten
Als je op zoek bent naar een goed commercieel glijmiddel dat zo dicht mogelijk bij je eigen vocht komt, zijn er een paar dingen om op te letten. Kies bij voorkeur een glijmiddel op waterbasis met een pH die past bij de vagina (3,5–4,5), zonder glycerine (kan gistgroei bevorderen), zonder parabenen, zonder propyleenglycol en zonder parfum. Het mooiste is als het ook biologisch gecertificeerd is.
YES WB — biologisch gecertificeerd glijmiddel op waterbasis. Bevat aloë vera, guargom, lijnzaadextract en citroenzuur voor de juiste pH. Vrij van glycerine, parabenen en parfum. Geschikt voor oraal gebruik.
→ ahyes.org
BIOglide — 100% natuurlijk en veganistisch glijmiddel op waterbasis. Bevat plantaardige glycerine, melkzuur en xanthaangom. pH-waarde afgestemd op de vagina, condoomveilig en ook geschikt voor oraal gebruik.
→ purestart.nl
Sliquid H2O — licht en waterig glijmiddel zonder glycerine, parabenen of chemische toevoegingen. Qua consistentie een van de dunste en meest ‘echte’ opties op de markt. Condoomveilig.
→ sliquid.com
Kort samengevat: wat werkt en wat niet
Er is niet één perfect natuurlijk glijmiddel dat voor iedereen werkt. Maar als ik een rangschikking moet maken van wat het beste aansluit bij de structuur en veiligheid van je eigen lichaamsvocht, dan gaat mijn voorkeur naar: een goed gecertificeerd glijmiddel op waterbasis (zoals YES WB of BIOglide), of zelfgemaakt lijnzaadwater als je de DIY-route wil. Oliën kunnen een plek hebben bij extern gebruik of als dagelijkse vulvaverzorging, maar zijn als inwendig glijmiddel minder geschikt (zeker bij gebruik van condooms). En spuug raad ik niet langer aan.
Heb je structureel last van droogheid, dan is het altijd verstandig om ook te kijken naar de oorzaak. Hormonale veranderingen (denk aan de overgang of bepaalde anticonceptie), stress, medicatie of een gespannen bekkenbodem kunnen allemaal bijdragen aan minder natuurlijke lubricatie. In dat geval kan een bewuste bekkenbodemtraining of begeleiding door een specialist een groot verschil maken, naast het gebruik van een goed glijmiddel.
Voor de buitenkant: olie als vulvaverzorging en bij massage
Alles hierboven geldt voor inwendig gebruik. Voor de vulva (de buitenkant) ligt dat anders. De huid van de vulva is weliswaar gevoelig, maar het is gewone huid, geen slijmvlies. Olie hoeft hier niet te worden verwijderd door een zelf-reinigend systeem, verstoort geen microbioom en hoeft niet de juiste pH te hebben. Voor externe verzorging, dagelijkse hydratatie of een externe yoni massage is olie daarom een uitstekende keuze.
Wel is het belangrijk om te weten welke olie je waarvoor gebruikt, want ook hier zijn er gradaties.
Zoete amandelolie is de meest veelzijdige keuze voor de vulva. Ze is licht van textuur, trekt goed in zonder vettig residu achter te laten, is zacht voor gevoelige huid en vrijwel reukloos. Ze wordt veel gebruikt bij perineummassage ter voorbereiding op de bevalling, maar is ook geschikt als dagelijkse vulvaverzorging of als basisolie bij een yoni massage. Kies altijd voor koudgeperste, biologische kwaliteit.
Sint-Janskruidolie is een bijzondere olie voor externe vulvaverzorging, met name na de bevalling of bij kleine irritaties en wondjes. Ze heeft een helende en verzachtende werking op het weefsel en wordt door verloskundigen ingezet bij perineummassage en herstel na de bevalling. Ze heeft een kenmerkende rode kleur en geeft vlekken (houd daar rekening mee).
Jojoba is technisch een vloeibare was, maar wordt in de praktijk gebruikt alsof ze een olie is. Jojoba olie is ook voor de vulva uitstekend. Ze lijkt sterk op de natuurlijke talg van de huid, trekt snel in, is lang houdbaar en laat geen vettig laagje achter. Ideaal als je gevoelig bent voor irritatie of als je de vulva dagelijks wilt verzorgen zonder een zwaar gevoel.
Kokosolie kan voor externe vulvaverzorging, maar gebruik het met mate en let op of je er goed op reageert. Sommige vrouwen merken dat zelfs extern gebruik bij hen irritatie of een schimmelinfectie uitlokt. De antimicrobiële werking van kokosolie kan ook aan de buitenkant soms meer doen dan je wil.
Een korte samenvatting voor gebruik aan de buitenkant:
- Dagelijkse vulvaverzorging of hydratatie: zoete amandelolie of jojoba
- Yoni massage (extern): zoete amandelolie of jojoba, eventueel aangevuld met een druppel lavendel of rozenolie (sterk verdund, maximaal 1%)
- Perineummassage tijdens zwangerschap: zoete amandelolie, eventueel met sint-janskruidolie — bij voorkeur vanaf week 34, en altijd in overleg met je verloskundige
- Herstel na de bevalling of bij irritatie: sint-janskruidolie of een specifieke biologische perineumolie
- Gebruik met condoom: bij geen van bovenstaande oliën; schakel dan altijd over op een glijmiddel op waterbasis
Ter afsluiting
LET OP: Dit artikel is ter voorlichting en oriëntatie. Heb je aanhoudende klachten van droogheid, pijn bij het vrijen of terugkerende infecties, raadpleeg dan altijd een arts of gynaecoloog.


